Skip to main content

Een jaar of twintig geleden kreeg ik het advies om maar geen explosieve sporten meer te doen. M’n knie had een paar operaties doorstaan en verheugde zich niet op een volgende. Het werd golf. Hoewel ik tijdens mijn rondjes meer bomen dan fairway zag, was ik er al snel aan verslingerd. De korte holes heb ik eindeloos vaak gespeeld – dat zouden meer beginners moeten doen – en er zijn heel wat euro’s aan de driving range gespendeerd.

Er stond vaak een jongen te oefenen op de range. Hij zou het zelf waarschijnlijk ‘trainen’ hebben genoemd. Ogenschijnlijk moeiteloos peerde hij de ene na de andere bal als een raket naar de overkant. Ik nam nog niet eens de moeite mijn driver mee te nemen naar de baan, hij liet zien waartoe de stok in staat was. Hij kon het echt. Dat wilde ik ook.

Twintig jaar later zit ik tijdens de Greenkeeperscup met Soo-ik in de flight, de jongen in kwestie. En dat niet alleen. Ik dacht 18 holes lang dat ik echt kon golfen. Van de tee naar de fairway op de green. Het was een feest om zo te spelen. De puzzelstukjes vielen op z’n plaats. Niet eerder deed ik er zo weinig slagen over. En zelden heb ik zo’n schandalige bak stableford punten bij elkaar geslagen.

Inmiddels ben ik grijs genoeg om te weten dat er in golf maar weinig garanties zijn. Twee weken eerder had ik ook al een unicum: niet eerder haalde ik zo weinig stableford punten. Daarom sta ik regelmatig op de range te oefenen, ik noem het zelf inmiddels ‘trainen’. En misschien loopt er dan wel iemand voorbij die denkt dat ik het echt kan. En dat zelf ook wil. Zou toch mooi zijn.

Marijn ter Braak

11 mei 2021